Straatnamen in De Vijfde Hoek (1)

Het zal bewoners met een beetje kennis van de geschiedenis van Deventer al zijn opgevallen: de straten in De Vijfde Hoek dragen namen van befaamde leraren uit de regio. Hoe komen deze straten aan hun naam? En wat is het verhaal achter deze onderwijzers? Deel 1 uit een korte serie.

Afbeelding van Straatnaambord

Het bedenken van straatnamen gebeurt door de Adviesraad Straatnamen, die door de gemeente Deventer is benoemd. Deze raad bestaat uit Deventenaren met kennis van de historie van de stad. De straatnamen die de Adviesraad bedenkt, worden besproken door burgemeester en wethouders. Zodra die akkoord zijn, kunnen de borden worden geplaatst.

Voor het bedenken van straatnamen in De Vijfde Hoek heeft de adviesraad gekeken naar personen die een stempel hebben gedrukt op het onderwijs in Deventer. De stad heeft door de jaren heen allerlei vormen van onderwijs gekend, van basisonderwijs en voortgezet onderwijs tot hoger onderwijs. Deventer heeft zelfs een universiteit gekend (in de 17e t/m 19e eeuw), al kon je er niet afstuderen: het Athenaeum Illustre.
We geven een korte beschrijving van een aantal personen waar straatnamen naar genoemd zijn. Het zijn zonder uitzondering mensen die ook op landelijk niveau een rol gespeeld hebben in het onderwijs. U kunt het stratenplan van de wijk hier downloaden.

Hoogeveenstraat

Mattheus Bernard Hoogeveen (1862-1941) wordt in 1894 schoolhoofd in Deventer en daarna directeur van een kweekschool in Leiden. Hij bedenkt het eerste leesplankje van Nederland. Daarop staan de woorden: raam, roos, neef, fik, gat, wiel, zes, juk, schop, voet, neus, muur, bijl, hok, duif en ei. De leesplank wordt in Deventer uitgegeven en over heel Nederland verspreid. Hij maakt later plaats voor het overbekende leesplankje met ‘aap, noot, mies’, maar Hoogeveen is de bedenker van het leermiddel. Heel veel Nederlanders hebben hierdoor leren lezen en schrijven.

Van der Waalsstraat

Johannes Diederik van der Waals (1837-1923) is in 1865 leraar natuurkunde op de HBS in Deventer. Met behulp van allerlei onderwijsaktes wordt hij toegelaten tot de Rijksuniversiteit Leiden. Naast zijn drukke baan in het onderwijs slaagt hij in 1871 voor zijn doctoraalexamen. In 1873 promoveert Van der Waals na het indienen van zijn proefschrift ‘Over de continuïteit van den gas- en vloeistoftoestand’. De verhandeling is in de loop van de tijd beroemd geworden. In 1877 verbindt hij zich als eerste hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Tot aan zijn emeritaat op zeventigjarige leeftijd blijft hij verbonden aan deze universiteit. Twee jaar na zijn emeritaat, in 1910, krijgt Johannes Diederik van der Waals de Nobelprijs voor de Natuurkunde.

Theda Mansholtstraat

Theda Mansholt (1879-1956) wordt beschouwd als de grondlegster van het Nederlandse landbouwhuishoudonderwijs. Zij wordt in Groningen en Nijmegen opgeleid tot huishoudlerares. Voordat ze de opleiding voltooit, geeft ze al kooklessen aan de Rijkslandbouw-winterschool in Veendam, een van de eerste opleidingen voor plattelandsmeisjes. In 1910 bestudeert Theda Mansholt in opdracht van de Nederlandse regering hoe boerendochters onderwijs krijgen in België, Denemarken en Noord-Duitsland. Naar aanleiding van haar bevindingen wordt in 1913 de Rijksschool voor Landbouwhuishoudonderwijs (‘De Rollecate’) in het Overijsselse Den Hulst opgericht. Mansholt is de eerste directeur. Op de school is veel aandacht voor plantkunde, tuinbouw, pluimveehouderij en melkbehandeling. Als de school in 1930 naar Deventer verhuist, blijft ze directrice. In 1933 wordt ze vanwege haar verdiensten voor het landbouwhuishoudonderwijs benoemd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau.

Wilkeshuisstraat

Cees Wilkeshuis (1896-1982) wordt in 1932 onderwijzer aan de Noorderschool in Deventer. Later doceert hij pedagogiek aan Nieuw Rollecate en de opleiding voor leraren bij het Nijverheidsonderwijs. Hij krijgt landelijke bekendheid als schrijver van jeugdboeken. Wilkeshuis schrijft onder andere de verhalen voor het kinderprogramma ‘Rikkel Nikkel – De avonturen van een robot’ dat in 1961 en 1962 op de Nederlandse televisie wordt uitgezonden.

In een van de volgende nieuwsbrieven leest u meer over de andere straatnamen in De Vijfde Hoek.